Tijdreizen spreekt al generaties lang tot de verbeelding, van de iconische DeLorean in 'Back to the Future' tot de TARDIS van 'Doctor Who'. Maar hoe dicht benaderen deze fictieve concepten de realiteit? Recente wetenschappelijke inzichten suggereren dat tijdreizen niet louter sciencefiction is, maar daadwerkelijk binnen de grenzen van de natuurkunde valt.
Het antwoord is ja, zij het niet zoals vaak in films wordt voorgesteld. Volgens NASA bewegen we allemaal door de tijd met een snelheid van één seconde per seconde. De sleutel tot tijdreizen ligt in het manipuleren van deze snelheid, wat theoretisch mogelijk is door middel van fenomenen zoals tijdsdilatatie.
Albert Einstein's speciale relativiteitstheorie uit 1905 vormt de basis voor het begrip tijdsdilatatie. Deze theorie stelt dat de waargenomen tijdsduur tussen twee gebeurtenissen kan variëren, afhankelijk van de relatieve snelheid van de waarnemer. Simpel gezegd: hoe sneller je beweegt, des te langzamer verstrijkt de tijd voor jou ten opzichte van een stilstaande waarnemer. Dit effect is niet slechts theoretisch; het is experimenteel bevestigd.
In 1971 voerden de wetenschappers Joseph Hafele en Richard Keating een baanbrekend experiment uit om tijdsdilatatie te meten. Ze plaatsten vier uiterst nauwkeurige atoomklokken aan boord van vliegtuigen die in tegengestelde richtingen rond de aarde vlogen. Na de vluchten vergeleken ze de klokken met een identieke klok die op de grond was gebleven. De resultaten toonden aan dat de klokken aan boord van de vliegtuigen een meetbaar tijdsverschil vertoonden ten opzichte van de klok op de grond, precies zoals Einstein's theorie voorspelde. (lees verder onder de afbeelding)
Tijdsdilatatie is niet alleen een academisch concept; het heeft praktische implicaties. Een bekend voorbeeld is de werking van het Global Positioning System (GPS). GPS-satellieten bewegen met hoge snelheden rond de aarde en bevinden zich verder van het zwaartekrachtveld van de aarde dan ontvangers op de grond. Beide factoren beïnvloeden de tijdswaarneming van de satellieten. Zonder correcties voor tijdsdilatatie zouden GPS-metingen onnauwkeurig zijn.
Bovendien hebben waarnemingen van subatomaire deeltjes, zoals muonen, tijdsdilatatie bevestigd. Muonen hebben een extreem korte levensduur, maar wanneer ze met bijna de lichtsnelheid door de atmosfeer bewegen, leven ze langer dan verwacht, waardoor ze het aardoppervlak kunnen bereiken voordat ze uiteenvallen. Dit fenomeen stemt overeen met de voorspellingen van de relativiteitstheorie.
Hoewel tijdsdilatatie het mogelijk maakt om sneller naar de toekomst te reizen (door bijvoorbeeld met zeer hoge snelheden te bewegen), blijft tijdreizen naar het verleden een complex en onbewezen concept. Theoretische modellen, zoals wormgaten, suggereren mogelijkheden voor achterwaarts tijdreizen, maar vereisen exotische materie en omstandigheden die momenteel buiten ons technologisch bereik liggen.
(Bron: LADBible - Afbeeldingen: Freepik)
Lees het artikel op de mobiele website